Een kwestie van kiezen : goede en slechte vetten
Tegenover deze constatering is er maar een oplossing: zorgen dat onze voeding minder rijk is aan vetten. Maar opgepast, niet op een willekeurige manier.
In tegenstelling tot een wijdverbreid idee, spelen vetten niet uitsluitend een negatieve rol. Integendeel, ze zijn zelfs van essentieel belang voor het goed functioneren van ons lichaam. Vetten vormen een onbeperkte energiebron (in tegenstelling tot koolhydraten) die verschillende vitale organen beschermt. Ze spelen ook een rol bij de weefselgroei, de ontwikkeling van het centrale zenuwstelsel, de stollingsmechanismen, de thermo-regulatie en de opslag en het gebruik van vetoplosbare vitamines.
Het gaat er dus maar om dat we voor de goede vetten kiezen en de consumptie van de minder goede vetten beperken!
In tegenstelling tot een wijdverbreid idee, spelen vetten niet uitsluitend een negatieve rol. Integendeel, ze zijn zelfs van essentieel belang voor het goed functioneren van ons lichaam. Vetten vormen een onbeperkte energiebron (in tegenstelling tot koolhydraten) die verschillende vitale organen beschermt. Ze spelen ook een rol bij de weefselgroei, de ontwikkeling van het centrale zenuwstelsel, de stollingsmechanismen, de thermo-regulatie en de opslag en het gebruik van vetoplosbare vitamines.
Het gaat er dus maar om dat we voor de goede vetten kiezen en de consumptie van de minder goede vetten beperken!
Tot de vetten die vermeden of althans zoveel mogelijk beperkt moeten worden, behoren de verzadigde vetzuren, cholesterol en transvetzuren.
Verzadigde vetzuren, evenals cholesterol en vooral LDL's (lipoproteïnen die de in het voedsel en het lichaam aanwezige cholesterol vervoeren), zijn verantwoordelijk voor hart- en vaatziekten zoals aderverkalking, door een opeenhoping van vetafzettingen in de aderwanden, die in ernstige gevallen tot verstopping van de aderen kan leiden.
Waar vinden we ze?
Voornamelijk in voedingsmiddelen van dierlijke afkomst, zoals vlees, boter, volle melk, kaas en eieren.
Voornamelijk in voedingsmiddelen van dierlijke afkomst, zoals vlees, boter, volle melk, kaas en eieren.
De schadelijke effecten van cholesterol zijn bepaald geen recente ontdekking. Al in de XIXe eeuw werd er de aandacht op gevestigd door een legerarts, Nicolaï Anitshkov, die een hoger percentage hart- en vaatziekten had geconstateerd onder officieren in vergelijking tot eenvoudige soldaten... veroorzaakt door grotere vleesconsumptie.
In de geïndustrialiseerde landen hebben 8 op de 10 volwassenen een te hoog cholesterolgehalte. Maar slechts 1 op de 3 personen is zich daarvan bewust.
Natuurlijk is deze situatie te verklaren door slechte eetgewoonten, maar er spelen ook andere factoren een rol:
- de leeftijd (het risico neemt toe met de leeftijd)
- het geslacht (de risico's liggen 3 keer hoger bij mannen dan bij vrouwen)
- de bloeddruk (14/9)
- roken (bij meer dan 10 sigaretten per dag, verhoogt de sigaret het gehalte aan LDL en verlaagt het gehalte 'goede' cholesterol, de HDL's),
- erfelijke factoren
- ernstige vetzucht
In de geïndustrialiseerde landen hebben 8 op de 10 volwassenen een te hoog cholesterolgehalte. Maar slechts 1 op de 3 personen is zich daarvan bewust.
Natuurlijk is deze situatie te verklaren door slechte eetgewoonten, maar er spelen ook andere factoren een rol:
- de leeftijd (het risico neemt toe met de leeftijd)
- het geslacht (de risico's liggen 3 keer hoger bij mannen dan bij vrouwen)
- de bloeddruk (14/9)
- roken (bij meer dan 10 sigaretten per dag, verhoogt de sigaret het gehalte aan LDL en verlaagt het gehalte 'goede' cholesterol, de HDL's),
- erfelijke factoren
- ernstige vetzucht
Het komt regelmatig voor dat een patiënt zonder overgewicht, die gezond leeft, toch teveel cholesterol heeft, omdat bijvoorbeeld de lever teveel cholesterol produceert of het onvoldoende wordt afgebroken.
Ter conclusie: de risico's van teveel slechte cholesterol nemen toe vanaf 35 jaar, daarom is het verstandig dit jaarlijks te laten controleren (een bloedonderzoek, de resultaten zijn de volgende dag bekend). De totale cholesterolspiegel mag niet meer dan maximaal 190mg/dl bloed bedragen, met een verhouding LDL/HDL < 3,5.
Ter conclusie: de risico's van teveel slechte cholesterol nemen toe vanaf 35 jaar, daarom is het verstandig dit jaarlijks te laten controleren (een bloedonderzoek, de resultaten zijn de volgende dag bekend). De totale cholesterolspiegel mag niet meer dan maximaal 190mg/dl bloed bedragen, met een verhouding LDL/HDL < 3,5.
Naast verzadigde vetzuren en cholesterol moeten ook de transvetzuren worden beperkt. Deze slechte vetten worden verwerkt in bepaalde margarines, industrieel bereidde voedingsmiddelen, gefrituurde producten en snacks. Deze voedingsmiddelen bevatten harde plantaardige vetten die vervaardigd zijn uit gehydrogeneerde olie. Ze blokkeren de werking van omega-3 en kunnen kanker veroorzaken. Anders gezegd, de consumptie van deze vetten moet absoluut worden vermeden.
Tot de goede vetten, waaraan men de voorkeur moet geven en die deel moeten uitmaken van onze dagelijkse voeding, behoren de mono-onverzadigde vetzuren en de meervoudig-onverzadigde vetzuren.
Waar vinden we ze?
Voornamelijk in voedingsmiddelen van plantaardige afkomst en in vis.
De tot de meervoudig-onverzadigde vetzuren behorende essentiële omega-3-vetzuren, essentieel genoemd omdat ze niet door het lichaam kunnen worden geproduceerd, moeten via de voeding worden ingenomen. Ze worden gevonden in vissen en schaaldieren uit de koude zeeën, in walnoten, postelein (een soort waterkers in het Middellandse-Zeegebied), groene groenten, lijnzaadolie en koolzaadolie.
Ze vervullen verschillende rollen: bescherming tegen hart- en vaatziekten door vermindering van het risico op hartinfarcten, trombose, aritmie (verlaging van de arteriële bloeddruk door het effect op cholesterol in het bloed), ze verbeteren onze emotionele evenwichtigheid (door de overdracht van de neurotransmitters te begunstigen), ze vormen de celstructuren en verminderen inflammatoire en allergische reacties.
De tot de meervoudig-onverzadigde vetzuren behorende essentiële omega-3-vetzuren, essentieel genoemd omdat ze niet door het lichaam kunnen worden geproduceerd, moeten via de voeding worden ingenomen. Ze worden gevonden in vissen en schaaldieren uit de koude zeeën, in walnoten, postelein (een soort waterkers in het Middellandse-Zeegebied), groene groenten, lijnzaadolie en koolzaadolie.
Ze vervullen verschillende rollen: bescherming tegen hart- en vaatziekten door vermindering van het risico op hartinfarcten, trombose, aritmie (verlaging van de arteriële bloeddruk door het effect op cholesterol in het bloed), ze verbeteren onze emotionele evenwichtigheid (door de overdracht van de neurotransmitters te begunstigen), ze vormen de celstructuren en verminderen inflammatoire en allergische reacties.


