Hart- en bloedvaten
Hart- en vaatziekten
Hart- en vaatziekten zijn een ernstige zorg geworden voor de volksgezondheid, en de laatste jaren zijn op dat gebied spectaculaire vooruitgangen geboekt. Deze vooruitgangen betreffen uiteraard verbeterde behandeling van hartinfarcten en nieuwe therapieën, maar ook actieve preventie ten aanzien van de verschillende risicofactoren, evenals de geleidelijk verzamelde bewijzen voor de voordelen van een weloverwogen dieet.
Volgens de WHO zouden 30% van de hart- en vaatziekten kunnen worden voorkomen door een gezond voedingspatroon.
Het erg lage percentage hart- en vaatziekten dat bij de Eskimovolken in Groenland wordt aangetroffen (10 tot 30% minder dan in Denemarken) wordt toegeschreven aan voedsel dat rijk is aan omega-3 en heeft de aanleiding gevormd tot onderzoeken naar omega-3-vetzuren met lange keten (Kromann N e.a., 1980; Bjerregaard P e.a., 1988).
Verschillende epidemiologische studies hebben verband gelegd tussen regelmatige visconsumptie en vermindering met de helft van dodelijke hart- en vaatziekten (Kromhout D e.a., 1985; Siscovick D e.a., 1995).
Deze studies hebben het beschermende effect van omega-3 aangetoond: het aan hart- en vaatziekten gerelateerde sterftecijfer daalde, zonder dat er sprake was van verminderde cholesterolemie. De hartbeschermende werking werd bevestigd door verschillende hieronder beschreven gecontroleerde interventiestudies (klinische onderzoeken).
Twee primaire preventiestudies (Physician's Health Study en MRFIT) hebben enerzijds aangetoond dat bij personen met de hoogste serumconcentraties van omega-3 het risico op plotseling overlijden met 81% was verminderd, en anderzijds dat dagelijks gebruik van 0,7 g omega-3 het risico op hart- en vaataandoeningen met 40% vermindert (Albert CM e.a., 2002; Dolecek TA e.a., 1991).
Een secundaire preventiestudie (een studie onder personen die een eerste hart- en vaatincident hebben overleefd) die in Italië werd uitgevoerd onder ruim 11 000 personen (GISSI-onderzoek), heeft aangetoond dat bij de mensen die een hartinfarct hadden overleefd, een supplementatie van omega-3 gecombineerd met een Mediterraan dieet het risico op plotseling overlijden met 13% verminderde over een periode van 3,5 jaar. Het GISSI-onderzoek bevestigt daarmee de resultaten van het DART-onderzoek dat onder ruim 2000 mannen werd gehouden en heeft aangetoond dat bij degenen die vis aten het dodelijk risico 29% lager lag in vergelijking met degenen die geen vis aten (GISSI Prevention, 1999; Burr e.a., 1989).

Het geheel van deze studies suggereert dat omega-3 met lange keten door hun metabolisme een preventieve werking hebben op bepaalde risicofactoren die een rol spelen bij hart- en vaatziekten.
Coagulatie en aggregatie van de bloedplaatjes
De omega-3 met lange keten (EPA, DHA) verminderen de aggregatie (klontering) van de bloedplaatjes en begunstigen de uitzetting van de bloedvaten. Ze hebben een werking die stolling en trombose tegengaat. Elke stof die de functie van de bloedplaatjes verandert, heeft een belangrijke invloed op de ernst van een hartinfarct. Deze antitrombotische en anticoagulerende eigenschappen van omega-3 blijven binnen de fysiologische grens en vormen bij dagelijkse doses tussen 1 en 3,5 g DHA en EPA geen risico op een toenemend aantal bloedingen (von Schacky, Fischer e.a.; von Schacky and Weber 1985; Gerster 1995).
Arteriële bloeddruk
Arteriële hypertensie is een van de belangrijkste risicofactoren bij hart- en vaatziekten. De omega-3 met lange keten hebben een bloeddrukverlagende (hypotensieve) werking bij patiënten met hypertensie. (Knapp e.a, 1989, Morris, Sacks e.a. 1993). Het bloeddrukverlagende effect van omega-3 hangt samen met de samenstelling van fosfolipiden die rijk zijn aan omega-3 met lange keten.
Dyslipidemie
Een hoog gehalte aan triglyceriden in het plasma wordt tegenwoordig erkend als een risicofactor bij hart- en vaatziekten. (Stampfer, Kraus e.a. 1996; Miller, Seidler e.a, 1998). Alle voedingsfactoren die hoge plasmaconcentraties van triglyceriden kunnen reguleren zijn dus van potentieel belang bij de preventie van hart- en vaatziekten. De omega-3 met lange keten verminderen het trygliceridengehalte in het plasma (Nenseter, Rustan e.a. 1991; Lu, Windsor e.a. 1999), zowel bij gezonde mensen als bij mensen met hyperlipidemie.
Deze effecten werden geobserveerd bij doses omega-3 tussen 1 en 7 g per dag.
Aritmie
Hartritmestoornissen worden gekenmerkt door onregelmatige elektrische activiteit van de hartspier. Ze kunnen dodelijk zijn en zijn vaak de oorzaak van plotseling overlijden.
Mensen met hartcelmembranen met een hoog gehalte aan omega-3 met lange keten lopen minder kans op overlijden door hartstilstand (Siscovick, Raghunathan e.a. 1995).
Studies hebben aangetoond dat ventriculaire aritmieën minder worden vanaf 2,4 g omega-3 per dag (Christensen, Gustenhoff e.a. 1996; Christensen, Christensen e.a. 1996). De ernst van de aritmieën kan in verband worden gebracht met het gehalte omega-3 in de hartmembranen.
Een anti-aritmisch effect werd vastgesteld wanneer DHA 20% van het lipidengehalte van de hartmembranen vertegenwoordigde. Dit omega-3-gehalte kan alleen worden bereikt door directe toevoer van DHA in de voeding, en niet als precursors (Durot, Athias e.a. 1997; Kang and Leaf 2000; Leaf 2002).
| De omega-3 hebben een gunstige invloed op de risicofactoren voor hart- en vaatziekten die veroorzaakt worden door de voeding, zoals het gehalte aan triglyceriden, aritmieën en arteriële hypertensie. Bij volwassenen zorgen omega-3-vetzuren voor een verlaging van het sterftecijfer van 20 tot 45% in studies over patiënten die lijden aan hart- en vaatziekten (hartinfarct, ritmestoornissen en sterfte door andere oorzaken). Voeding die het evenwicht omega-3/omega-6 herstelt bij gezonde mensen en een supplementatie met een voedingswaarde aan omega-3, in combinatie met aangepaste behandelingen bij risicopersonen, geven goede hoop op preventie van hart- en vaatziekten. De omega-3 zijn op dit vlak zo efficiënt dat er momenteel geen enkel geneesmiddel bestaat voor preventie van hart- en vaatziekten dat betere resultaten oplevert (GISSI, 1999; Singh e.a., 2002; de Lorgeril e.a., 2002). |


