Mentale gezondheid
Geestelijke gezondheid
De zenuwweefsels bevatten na de vetweefsels de grootste concentratie vetzuren. De vetzuren met lange keten (omega-3 en omega-6) die aanwezig zijn in de voeding, zijn onmisbaar voor de structuur en de werking van de zenuwcellen.
Een wijziging van het gehalte aan essentiële vetzuren in de synaptische membranen kan de neuronenwerking beïnvloeden door enerzijds de werking van de membraanreceptoren, de ionische kanalen en de enzymen te wijzigen, en anderzijds de intra- en intercellulaire overbrenging van signalen aan te tasten, voortgebracht door secundaire boodschappers waarvan de vetzuren met lange keten de overbrengers zijn. De essentiële omega-3-vetzuren beïnvloeden ook rechtstreeks de productie en de vrijgave van bepaalde neurotransmitters, zoals serotonine en dopamine.
Opdat zenuwcellen in een kweek zich kunnen differentiëren, vermenigvuldigen en neurotransmitters kunnen opvangen en vrijgeven, moet het milieu bovendien poly-onverzadigde vetzuren met lange keten bevatten.
Omega-3 en depressie: wetenschappelijke gegevens
De resultaten van een wetenschappelijke studie tonen aan dat de omega-3-vetzuren de transmissie van neurotransmitters, die zorgen voor emotioneel evenwicht (zoals serotonine) en positieve emoties (zoals dopamine), bevorderen. (Chalon, Delion-Vancassel et al. 1998).
Verscheidene wetenschappelijke studies wijzen uit dat er een verband bestaat tussen depressies en een te laag niveau van omega-3-vetzuren in het organisme. Zo besluiten bijvoorbeeld twee verschillende studies dat depressieve patiënten lagere omega-3-reserves hebben dan andere personen (Maes, Smith et al. 1996; Maes, Smith et al. 1998; Peet, Murphy et al. 1998).
Een andere studie toont aan dat hoe lager de reserves van omega-3-vetzuren, hoe erger de symptomen zijn (Adams, Lawson et al. 1996).
Een vierde studie wijst uit dat mensen minder depressief zijn als hun dagelijkse voeding meer omega-3-vetzuren bevat (Edwards, Peet et al. 1998).
Enkele grote bevolkingsstudies in Finland en Nederland bevestigen dat hoe meer omega-3-vetzuren de alledaagse voeding bevat, hoe minder mensen symptomen van depressie vertonen (Tanskanen, Hibbeln et al., 2001 ; Tiemeier, van Tuijl et al. 2003).

Dr. Andrew Stoll van Harvard toonde als eerste aan dat het emotionele evenwicht verbeterd kan worden door de toevoer van omega-3-vetzuren te corrigeren. Bij een groep patiënten die allen te kampen hadden met frequente en ernstige wisselingen tussen depressieve periodes en periodes van extreem uitbundige stemmingen ('bipolaire ziekte', tevens 'manisch-depressieve psychose' genoemd), heeft een behandeling met een combinatie van DHA en EPA (verhouding 1: 1,5) de frequentie van stemmingsstoornissen aanzienlijk verminderd. In deze studie kende maar een van de personen die omega-3 namen een terugval.
De resultaten van deze studie waren zo doorslaggevend dat de onderzoekers de studie na vier maanden hebben onderbroken. De patiënten uit de groep 'getuigen' - zij die slechts een placebo op basis van olijfolie ontvingen (die, ondanks de gunstige antioxiderende eigenschappen, geen omega-3 bevat) - hervielen zoveel sneller dan de patiënten uit de groep die wel omega-3 had ontvangen dat het tegen de medische deontologie zou zijn geweest om de eerste groep er nog langer van te onthouden (Stoll, Severus et al. 1999).
Sindsdien hebben dr. Nemets en zijn medewerkers in Israël de efficiëntie van een gezuiverd visolie-extract - ethyl-eicosapentaeenzuur (pure EPA) - vergeleken met een equivalente dosis olijfolie bij patiënten die leden aan depressie (zonder periodes van uitbundige stemmingen). Deze groep bestond uit patiënten die, tot dan toe, op geen enkele van de vele opeenvolgende antidepressiva gereageerd hadden. Bij meer dan de helft van deze patiënten verbeterde de depressie duidelijk (vermindering van symptomen van 50% of meer) in minder dan drie weken (Nemets, Stahl et al. 2002).
Een andere studie, ditmaal uit Groot-Brittannië, werd gepubliceerd in de Archives of General Psychiatry. Deze studie komt tot dezelfde conclusies en haar resultaten wijzen uit dat alle symptomen van depressie door omega-3-vetzuren verbeteren: dit geldt voor zowel droefheid als gebrek aan energie, angst, slapeloosheid, de afname van het libido en zelfmoordneigingen (Peet and Horrobin 2002).

Ten slotte werd een andere, in het Harvard-hospitaal gerealiseerde studie recent gepubliceerd in het American Journal of Psychiatry. De studie had betrekking op vrouwen wier wisselende en moeilijke stemmingen gevoelsrelaties bemoeilijken en die het gevoel hebben dat hun emoties vaak 'oncontroleerbaar' zijn. Na acht weken behandeling door een omega-3-supplement dat zeer rijk is aan EPA, was hun stemming duidelijk veel positiever en waren ze veel minder agressief tegenover hun naasten (Zanarini and Frankenburg 2003).
De verhouding EPA/DHA
| De wetenschappelijke studies tonen aan dat vooral EPA, en niet DHA, de positieve emoties ondersteunt (Nemets, Stahl et al. 2002; Peet and Horrobin 2002). De studies die pure DHA gebruiken, hebben geen enkele invloed aangetoond in vergelijking met een placebo (Marangell, Martinez et al. 2003). Bovendien zou DHA - door een concurrentiemechanisme - de assimilatie en het volledige gebruik van EPA kunnen verhinderen (Horrobin, 2002). EPA kan daarentegen door het organisme worden omgevormd tot DHA wanneer het dit nodig heeft. |


