Omega-3 en omega-6
Het evenwicht tussen omega-3- en omega-6-vetzuren is een bepalende factor voor het fysieke en mentale welzijn.
Op het moment dat de Homo Sapiens waarschijnlijk is verschenen rond de grote meren in Oost-Afrika en dat zijn hersenen werden gevormd en ontwikkeld, bood de voeding van deze eerste mensen een perfect evenwicht tussen omega-3 en omega-6 (ze was tevens arm aan verzadigde vetten).
Er wordt aangenomen dat dit evenwicht de vorming van de membranen voor de hersenen mogelijk heeft gemaakt. Deze beschikten over een ideale soepelheid en vloeibaarheid voor de geleiding van boodschappen tussen de zenuwcellen.
In de westerse wereld van vandaag bedraagt de verhouding tussen omega-3 en omega-6 in de voeding 1/10 in het voordeel van de omega-6-vetzuren. Bij bepaalde bevolkingsgroepen loopt dit zelfs op tot 1/25. Bovendien is onze voeding erg rijk aan 'verzadigde' vetten, zoals boter of de vetten van dierlijk vlees, welke vast zijn bij kamertemperatuur. Wanneer ons organisme deze rigide vetten opneemt, krijgen de membranen van de cellen een gebrek aan soepelheid en kunnen hun functies in de war geraken.
Ten slotte heeft de verhouding omega-3/omega-6 een enorme invloed op alle ontstekingsreacties in het lichaam. De resultaten van verschillende wetenschappelijke studies wijzen uit dat omega-3-vetzuren bijdragen tot het kalibreren en beperken van ontstekingsverschijnselen terwijl omega-6-vetzuren (en verzadigde vetten) ontstekingsreacties sterk zouden bevorderen en ook meer allergische reacties zouden veroorzaken. (Simopoulos, 2002)
Het is uiterst belangrijk de onevenwichten tussen de essentiële vetzuren te herstellen door een consumptie van aangepaste hoeveelheden vetzuren.
Een verhouding van 4:1 van omega-6- en omega-3-vetzuren wordt over het algemeen beschouwd als een optimale functionele verhouding.
| Een verstoring van het evenwicht tussen omega-3- omega-6-vetzuren kan de werking van het organisme wijzigen en het ontstaan van bepaalde ziekten bevorderen. Zo ook lijkt een voeding met een optimaal evenwicht tussen omega-6- en omega-3-vetzuren van 4:1 een preventieve werking te hebben voor deze ziekten. |


